Home
Rassen
Appenzeller Sennenhond
Kenmerken Appenzeller Sennenhond
Rassen
Appenzeller Sennenhond
Kenmerken Appenzeller Sennenhond Laatste nieuws
- Tentoonstelling in Hulten door KC De Baronie
- 'Ook honden hebben weleens last van stress'
- Hond GPS tracker
- Bij auto-ongeluk verandert een hond in een olifant
- Bloedtransfusie voor Zeeuws-Vlaamse hond
- Rechter: hond mag terug naar baasje
- Strengere controle op verboden honden
- Gewonde hond afgemaakt na grote brand in centrum Leerdam
- Welkom
- Ook honden kunnen naar de oogarts
| Kenmerken Appenzeller Sennenhond |
|
|
|
| Sunday 16 December 2007 | |
|
Schofthoogte Reu 52 - 56 cm. Teef 50 - 54 cm. Verschijning Driekleurig, middelgroot. Aard Levendig, zelfverzekerd. Iets wantrouwig tegenover vreemden. Appenzellers blaffen graag. Hoofd Iets wigvormig. Schedel: vrij vlak, het breedst tussen de oren. Achterhoofdsbeenknobbels zeer weinig ontwikkeld. Voorhoofdsgroeve matig ontwikkeld. Snuit: middelmatig krachtig, gelijkmatig smaller wordend, met krachtige onderkaak. Rechte neusrug. Neus: zwart (zwarte vacht), bruin (havannabruine vacht). Ogen Vrij klein, amandelvormig. Levendige uitdrukking. Oren Aanzet: vrij hoog, breed. In rust vlak en tegen het hoofd aanliggend gedragen; driehoekig en aan de punt licht afgerond. Mond Lippen: droog en goed ontwikkeld. Kleur: zwart (zwarte vacht), bruin (havannabruine vacht). Gebit: een krachtig, volledig en regelmatig schaargebit. Hals Middellang en krachtig. Voorhand Gespierd. Recht en parallel, niet te eng. Bovenarm: even lang als, of slechts iets korter dan het schouderblad. Ellebogen goed aanliggend. Onderarm: recht en droog. Lichaam Borst: breed, diep, met een duidelijke voorborst. Ribbenkast: rond-ovaal. Romp: krachtig, compact. Rug: matig lang, krachtig en recht. Buik: lichtjes opgetrokken. Lendenen: kort en goed gespierd. Kruis: kort, in het verlengde van de rug recht aflopend. Achterhand Gespierd. Recht en parallel. Bovenbeen: vrij lang, met het onderbeen vormt het een open hoek. Onderbeen: ongeveer even lang als, of slechts iets korter dan het bovenbeen. De hoek met het bovenbeen niet te stomp. Spronggewricht: vrij hoog aangezet. Middelvoet: recht en parallel geplaatst. Sint-Hubertusklauwen moeten verwijderd worden. Voeten Kort, gewelfd en gesloten Beweging Krachtige stuwing. Ruime beweging van de voorhand. Staart Hoog aangezet, krachtig. In beweging wordt de staart dicht boven het kruis opgerold en zijwaarts of naar het midden gericht gedragen. Kleur Zwarte of havannabruine grondkleur met symmetrische roestbruine aftekeningen (vlekken) boven de ogen. Roestbruine aftekeningen: wangen, borst, poten. Witte aftekeningen: goed zichtbare witte bles die ononderbroken van bovenschedel over neusrug loopt en die de snuit volledig of gedeeltelijk kan omvatten. Een ononderbroken witte aftekening: van de kin naar de borst. Wit aan de staartpunt. Een witte nekvlek of halsring wordt getolereerd. Een doorlopende dunne witte halsring is ongewenst. Vacht Stokhaar, stevig en vast aanliggend. Dekhaar dicht en glanzend. Onderwol dicht, zwart, bruin of grijs. Door de bovenbeharing heenschijnende onderwol is niet gewenst. Golvend haar wordt enkel op de schoft en op de rug getolereerd, maar is niet gewenst. NB Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum. |
| < Vorige |
|---|



